Gesprek in metafoor

Ook te vinden in de 2e editie van Not Another Magazine

By Flint Plantinga

Published on March 2, 2026, 4:27 pm

De wachtkamer op de tweede verdieping van het kantoorgebouw, wat je in je hoofd het therapiegebouw bent gaan noemen, is niet leeg. Dit is een verrassing: normaal is er niemand. Er is in feite zo vaak niemand dat je je begon af te vragen of het bedrijf gewoon erg weinig patiënten heeft, of dat blijkbaar vrijwel niemand besluit dat half twee op een dinsdag een goed moment is om een therapeut te spreken. Niet dat je er ooit een probleem mee hebt gehad. Als je er al een mening over hebt, is het eerder fijn.

Maar vandaag zit er iemand. Aan het einde van de kamer, zo ver mogelijk van de deur vandaan, zit een oude mevrouw. Haar sjaal is netjes opgevouwen en gedrapeerd over de dichtstbijzijnde stoel, haar bloemenjurk hangt tot aan de grond. Ze ziet er niet uit als iemand die je bij therapie zou verwachten, maar aan de andere kant bedenk je dat het jou niks aan gaat.

Je zegt beleefd goedemiddag en neemt plaats waar je altijd plaats neemt. Zo dicht mogelijk bij de deur.

Het is een wachtkamer, en niemand praat in wachtkamers, dus dat is het einde van het gesprek.

"Ben jij hier ook voor behandeling?" vraagt de oude mevrouw.

Je kijkt op. Op geen enkel punt in de talloze keren dat je in je leven in een wachtkamer geweest bent, heeft iemand dit ooit gevraagd.

(Later zal je terugdenken aan de andere oude mevrouw die je ooit in een wachtkamer gesproken hebt, die praatte over telefoons en scholen en christendom en leerstoornissen, en die na een kwartier jou beter kon lezen dan sommige van je vrienden. Maar dit herinner je alleen later. Misschien is ongewone gesprekken voeren in wachtkamers gewoon een algemene kwaliteit die oudere vrouwen bezitten.)

De vraag is onverwacht, en je weet niet echt wat je moet antwoorden want de vraag is ook nog eens apart en bovendien weet je niet waarom je in de wachtkamer van het therapiegebouw zou zitten als je niet in behandeling was, en dus zeg je na een paar seconden het eerste wat je te binnen schiet.

“Uhh, ja.”

Goed gedaan. Je hebt een antwoord gegeven. 10/10.

Jouw wetten van beleefdheid stellen dat je dezelfde vraag aan haar terug moet stellen, maar de vraag zelf voelt inherent onbeleefd. Je blijft stil. De mevrouw red je uit je mini-crisis door verder te praten.

"Voor je hoofd?"

Je volgt het niet helemaal, maar je knikt. De mevrouw knikt ook. Op een of andere manier voelt het als een wijze knik, alsof ze opeens iets begrijpt.

"Ik ook. Ik heb erg vaak last van mijn hoofd. Heel veel hoofdpijn," zegt ze met een sympathieke lach. "Heb jij ook zo veel hoofdpijn?"

Je denkt dat je op zich kan stellen dat je last van hoofdpijn hebt, als je het zo wilt verwoorden. Je haalt je schouders op en glimlacht op een manier die grotendeels geamuseerd is en misschien een klein beetje grimmig.

"Op zich."

De mevrouw knikt weer, en keert haar blik naar het raam. Het valt stil, het gesprek is voorbij.

Je houdt van literatuur en je houdt van verhalen en puzzels en gedichten en je kan niet inschatten wat de oude mevrouw in godsnaam bedoelde met hoofdpijn, maar er is een manier om het te interpreteren die leuker is dan de andere manieren, en iets leuks is niet iets wat vaak voorkomt wanneer je wacht op je therapeut.

De klok tikt de minuten af totdat je zo opgehaald zal worden, en die aanloop maakt je zoals altijd nerveus. De radio is inmiddels overgegaan naar reclame en je wil liever weer muziek opzetten, maar ondanks alles wil je nog steeds niet onbeleefd overkomen tegenover de vrouw. In plaats daarvan staar je voor je uit. Tegenover je is een tafel met een plant en daarnaast een lege, felgekleurde stoel.

Ooit heeft iemand je verteld dat metaforen de beste manier zijn om iets te leren.

Destijds heb je hem gelijk gegeven, hoewel je het ironisch gezien niet helemaal begreep. Metaforen liggen jou niet. Niet dat je het geprobeerd hebt, trouwens. Misschien is het een poging waard, om alle gebeurtenissen en gevoelens en gedachten te vertalen naar beelden van voorwerpen en ideeën die tastbaar zijn. Iets wat met taal te begrijpen is. Het zou de baan van je therapeut in elk geval wat simpeler maken.

De mevrouw wordt opgehaald door een man die je niet herkent. Het zal niet lang meer duren voordat jouw therapeut jou zal ophalen, en over ongeveer een uur zal je het gebouw weer uitlopen en met de rest van je dag verder gaan. Misschien iets leger, misschien iets wijzer, en misschien iets beter voorbereid tegenover de alles wat jouw leven in de weg lijkt te zitten. Je hebt het nooit helemaal kunnen uitleggen. Wat metaforen betreft, vind je hoofdpijn wel een goede.